|
|
| José van Santen |
|
José van Santen: Founding mother van Lova
Door Gerdien Steenbeek (1) Gepubliceerd in Lova Tijdschrift voor Feministische Antropologie, 2010, nummer 1
Lokale vrouwengroepen Elke opleiding antropologie in Nederland kent rond 1975 zogenaamde ‘vrouwengroepen antropologie’. Deze groepen bestaan uit studenten die het feministische elán uit die tijd vertaald willen zien in hun opleiding antropologie. In elke universiteitsstad die een antropologieopleiding kent, ondernemen deze vrouwengroepen pogingen om feministische antropologie in te voeren in het studieprogramma. Zij werken daarnaast hard aan de eigen scholing op het gebied van feministische antropologie. Strijd en educatie gaan hand in hand, maar zijn lokale aangelegenheden. Er is geen overzicht. Gebrek aan continuïteit, tegenwerking van de gevestigde academische orde, vallen lokale groepen ten deel (2). Soms verzandt dan een vrouwengroep, zoals in 1978 op de VU gebeurt (3). In maart 1979 organiseert de studentenorganisatie van de Vrije Universiteit (FONO)een lustrum-week rondom het thema ‘de vrouw in niet westerse gebieden’. Er worden verschillende lezingen gegeven. Ook de studente culturele antropologie José van Santen geeft er een lezing over vrouwen en arbeidsverdeling in Noord-Tunesië (4). De week wordt afgesloten met een forumdiscussie waar ook stafleden aanwezig zijn. Algemeen wordt erkend dat er bij antropologie op de VU meer aandacht moet komen voor vrouwenstudies. Dit leidt niet alleen tot de heroprichting van het vrouwenoverleg op de VU, maar ook tot de aanstelling van José van Santen tot student-assistente (5). José krijgt als taak een rapport over vrouwenstudies te schrijven en aanbevelingen te formuleren voor het opzetten van vrouwenstudies-onderwijs
Spin in het web José pakt het grondig aan en besluit om bij haar onderzoek naar de stand van zaken van vrouwenstudies, ook de zusterfaculteiten in den lande te betrekken. José bezoekt de verschillende opleidingen antropologie en legt daarmee voor het eerst contact tussen de tot dan toe solitair opererende vrouwengroepen. Maar het web dat José door haar bezoeken spint, bestaat vooralsnog alleen in haar persoon. José neemt niet alleen kennis van de activiteiten en ervaringen van de verschillende vrouwengroepen, maar proeft ook de behoefte aan het delen daarvan en het belang om krachten te bundelen. Hierdoor rijst het plan om de vrouwengroepen met elkaar te verbinden en een landelijk overleg te organiseren. José bezoekt als laatste Leiden, waar Mary Boesveld zich vierkant achter dit plan schaart. Gezeten in haar tuin van haar huis in het Groningse Zandeweer schrijft José de vrouwengroepen een brief, gedateerd 18 juni 1979, waarin ze haar plan om een landelijk overleg op te richten uiteenzet. Een brief van José aan Maria Mies (ISS) d.d. 19 augustus 1979, getuigt van het idee om de vrouwengroepen te verenigen in een Landelijk Overleg en van de concrete stappen die daartoe reeds zijn ondernomen. José schrijft: ‘Tijdens de contacten met andere universiteiten is het plan gerezen om een regelmatig landelijk overleg te organiseren voor antropologen/niet westers sociologen die met vrouwenstudies bezig zijn of gaan. […] Dit plan heeft concrete vormen aangenomen, in die zin dat er een datum geprikt is, n.l. op vrijdag 12 oktober a.s. […] Mary Boesveld (Leiden), Wientje Meeuwesen (Nijmegen) en ik (VU, A’dam) zullen een aantal gedachten, voorstellen, ideeën e.d. die er leven mbt invulling, motivatie en het hoe en waarom en/of functioneren van een dergelijke werkgroep op papier zetten […] (6).' Op 3 september 1979 ontvangen alle vrouwengroepen CA/NWS een uitnodigingsbrief voor de eerste bijeenkomst van het Landelijk Overleg Vrouwen in de Antropologie/niet-westerse sociologie (7). Deze brief begint met: ‘Bijgaand treft u het discussiestuk aan voor het komend Overleg, dat op 12 oktober a.s. gehouden zal worden in Utrecht.’
Het eerste Landelijk Overleg In zaal 1801 van Heidelberglaan 2 te Utrecht komen op 12 oktober 1979 vijftien vrouwen bijeen (8). Allen studentes - van de universiteit Utrecht, Leiden, Nijmegen, Groningen en van de VU van Amsterdam - die daar de behoefte uiten aan een inhoudelijk platform voor het uitwisselen en opbouwen van kennis in vrouwenstudies en aan een strategisch platform om vrouwenstudies bij de opleidingen te integreren. Er wordt een datum voor een nieuwe bijeenkomst geprikt - 14 december in Leiden. Van deze bijeenkomst op 14 december 1979 in Leiden is een verslag gemaakt door Joke van Reenen (VU), getiteld: ‘Verslag Feestelijke oprichting Landelijk Vrouwenoverleg Antropologie’. Aanwezig zijn 25 personen en afgevaardigden van vrouwengroepen uit Nijmegen, ‘veel vrouwen uit Leiden’, Amsterdam (VU), Amsterdam (GU),Wageningen, Utrecht en Groningen (9). Die dag wordt besloten dat het Landelijk Overleg ‘een blad’ zal uitgeven, waarin ‘informatie wordt uitgewisseld’, een agenda met nieuws en activiteiten zal worden opgenomen, alsmede ‘diskussiestukken die betrekking hebben op het thema van de volgende bijeenkomst van het landelijk overleg. De kopij dient getikt te zijn op moedervellen’, zo meldt het verslag. Tevens besluiten de bevlogen en enthousiaste aanwezigen dat het Landelijk Overleg drie maal per jaar bijeen zal komen, telkens in een andere universiteitsstad, georganiseerd door een vrouwengroep antropologie, die ook zorgt voor de uitgave van een nieuwsbrief die in de verslagen van die tijd nog ‘het blad’ genoemd wordt. Over de naam ‘Landelijke Nieuwsbrief Niet-Westerse Vrouwenstudies’ (LNNV) is men niet echt tevreden. Na twee (gestencilde) nummers in februari en in april 1980, verschijnt in augustus 1980 de eerste Lova Nieuwsbrief.
Voorvechtster feministische antropologie In hetzelfde jaar waarin Lova wordt opgericht, schrijft José als student-assistente het rapport ‘Vrouwenstudies in de Culturele Antropologie en Niet-Westerse Sociologie’ (10). Ook de jaren erna heeft José notities, overzichtsartikelen en essays geschreven die de ontwikkeling van feministische antropologie in Nederland hebben ondersteund. José ontpopte zich (tegen wil en dank) daarbij als nomade die van de ene universiteit naar de andere trok en daar een spoor van constructieve, kritische en geëngageerde teksten achterliet. Sommige teksten dienden als onderwijsmateriaal voor cursussen in den lande (Basisartikel feministische antropologie, 1985), andere bleken voer voor heftige debatten (Antropologie, feminisme en ideologie, 1986) of kritisch reflexief te zijn (Het bestaansrecht van feministische antropologie, 1994). Sinds 1988 werkt José bij de universiteit van Leiden en heeft zij zich ontwikkeld als expert op het gebied van fundamentalisme, mondialisering, jeugdculturen, gender, etnische en religieuze identiteit in West-Afrika. José is vele ervaringen als onderzoeker, docent, wetenschappelijk directeur en projectleider rijker. Maar nog altijd is de ‘ founding mother’ van Lova een bezielend, betrokken en inspirerend feministisch antropoloog!
Noten
|
Tijdens de zonovergoten Lova studiedag van 4 juni 2004 in Leiden vierde Lova haar 25 jarig bestaan. José van Santen, de inspirerende ‘founding mother’ van Lova, kreeg deze dag onder luid applaus en instemming de erebroche opgespeld. Het was José die in juni 1979 alle vrouwengroepen antropologie bijeen bracht en zo aanzette tot de oprichting van Lova: met recht een erelid (1).







LOVA is the Netherlands Association for Gender Studies and Feminist Anthropology and provides a professional network for its members since 1979.